In de kunst weerspiegelt vrouwelijkheid altijd hoe een samenleving gratie, kracht en identiteit begrijpt. Bijvoorbeeld, in de kunst van het Romeinse Rijk worden vrouwen afgebeeld als waardig, sereen en geïdealiseerd. Ze zijn symbolen van afstamming, vruchtbaarheid en burgerlijke deugd. Standbeelden van keizerinnen en edelvrouwen echoën goddelijke godinnen, waarbij menselijke en mythologische kracht bewust worden vermengd.
Maar eeuwen later begonnen kunstenaars vrouwelijkheid te verkennen als iets persoonlijks in plaats van symbolisch. Tijdens de 19e en vroege 20e eeuw, in de impressionistische, secessie- en art-nouveaubewegingen, verschijnt vrouwelijkheid in beweging, kleur en stemming. Het is expressief in plaats van statisch, vaak speels en geladen met de emotionele realiteit van mens-zijn.